Laten we de wetswijzigingen van 2024 even ontcijferen
De afgelopen jaren stonden in het teken van grote wetswijzigingen, met name in de verzekeringswereld. De belangrijkste daarvan is de komst op 1 januari 2025 van Boek VI van het Burgerlijk Wetboek, dat de artikelen 1382 en de volgende van het Wetboek van Napoleon over burgerlijke aansprakelijkheid zal vervangen.
Maar niet alleen het Burgerlijk Wetboek ondergaat veranderingen!
1. Nieuw (of misschien niet) voor huurders – België wordt homogener
In België was er tot 01 september 2018 geen wettelijke verplichting voor een huurder om het gehuurde goed te verzekeren. Er moet worden opgemerkt dat huurovereenkomsten bijna altijd een verplichting tot verzekeren bevatten, maar deze verplichting bleef conventioneel.
Aangezien huurovereenkomsten geregionaliseerd zijn, heeft elk gewest beslissingen op dit gebied genomen met het oog op een nationale verplichting tegen 1 november 2024.
Overzicht van de regionale wetgeving:
- Het Waals Gewest heeft op 01 september 2018 een brandverzekering verplicht gesteld voor huurders (decreet van 15/03/2018 art.17). Het gaat om lopende huurovereenkomsten of huurovereenkomsten die zijn aangegaan na de datum van inwerkingtreding en is van toepassing op alle huurovereenkomsten voor woningen.
Bewijs: De huurder moet het bewijs van betaling van de premies leveren binnen een maand na de intrek of, later, binnen een maand na de verjaardatum van de intrek.
Sancties: Als de huurder dit niet doet, kan de verhuurder de verzekeraar die de woning verzekert vragen om een clausule van afstand van verhaal toe te voegen aan de woonverzekeringspolis van de huurder. In dit geval kunnen de kosten worden doorberekend aan de huurder.
👉 Verplicht voor huurders, ter dekking van aansprakelijkheid bij brand, voor polissen die al van kracht zijn of na 1 september 2018 zijn afgesloten en voor alle huurovereenkomsten voor woningen.
‾ - Het Vlaams Gewest heeft een verzekering tegen brand- en waterschade verplicht gesteld vanaf 01 januari 2019 (decreet 9/11/2018 art. 29) voor zowel huurders als verhuurders indien zij niet eerder dan 01 januari 2019 een huurovereenkomst voor een hoofdverblijfplaats hebben afgesloten.
👉 Verhuurders en huurders zijn verplicht een brand- en waterschadeverzekering af te sluiten voor huurovereenkomsten van een hoofdverblijfplaats die na 01 januari 2019 worden afgesloten.
‾ - Het Brussels Gewest heeft een verplichte brand- en waterschadeverzekering voor huurders ingevoerd op 01 november 2024 (Verordening van 04/04/2024 art. 220/1). De maatregel heeft betrekking op huurovereenkomsten die van kracht of afgesloten zijn na de datum van inwerkingtreding en geldt voor alle residentiële huurovereenkomsten (woningen).
Bewijs: De huurder moet het bewijs van betaling van de premies leveren binnen een maand na zijn intrek of, later, binnen een maand na de verjaardag van zijn intrek.
Sancties: Als de huurder dit niet doet, kan de verhuurder de verzekeraar die de woning verzekert vragen om een clausule van afstand van verhaal toe te voegen aan de woonverzekeringspolis van de huurder. In dit geval kunnen de kosten worden doorberekend aan de huurder.
👉 Verplicht voor huurders, ter dekking van aansprakelijkheid bij brand- of waterschade, voor alle polissen die al van kracht zijn of die zijn afgesloten op of na 1 november 2024 en voor alle huurovereenkomsten van woningen.
Kort samengevat:
| Inwerkintreding | Welke huurovereenkomsten ? | Wie is hiertoe verplicht ? | |
| In Wallonië | 01/09/2018 | Alle residentiële huurovereenkomsten | Huurder |
| In Vlaanderen | 01/01/2019 | Voor huurovereenkomsten van hoofdverblijfplaatsen afgesloten vanaf 01/01/2019 | Huurder Verhuurder |
| In Brussel | 01/11/2024 | Alle residentiële huurovereenkomsten | Huurder |
Hoewel deze wettelijke verplichting normaal kan lijken, is ze nog steeds verbonden aan de betaling van premies (vaak in termijnen opgesplitst) door de huurder-verzekeringnemer, en dus aan zijn goede wil.
Onze wetgevers hebben waarschijnlijk te veel vertrouwen gesteld in de naleving van de wet, of hebben degenen die onachtzaam waren over het hoofd gezien. In feite hadden ze een “schuld”-aantekening kunnen eisen ten gunste van de verhuurder, met een verplichting voor de maatschappij om de verhuurder te verwittigen in geval van beëindiging van het contract, of ze hadden een gemeenschappelijk fonds kunnen creëren… Met andere woorden, het zou verplicht zijn geweest, maar zonder alle attributen.
Het volstaat om alle huurders te herinneren aan deze verplichting en hen aan te raden een Pliz-verzekering af te sluiten. 😉
2. Opzeg, zei je opzeg?
Zoals je wel weet werd vanaf 01 oktober 2024 artikel 85 van de verzekeringswet van 04 april 2014 gewijzigd door de wet van 9 oktober 2023.
Het doel van deze wet is om de opzegregels van schadeverzekeringsovereenkomsten te vereenvoudigen voor consumenten (in de zin van artikel I.1, 2°, van het Wetboek van economisch recht).
Art. 85/1. [1 § 1. Dit artikel is van toepassing op stilzwijgend verlengbare verzekeringsovereenkomsten:
– die behoren tot de bedrijfstakken uit de groep activiteiten “niet-leven”;
– en die betrekking hebben op de consumenten in de zin van artikel I.1, 2°, van het Wetboek van economisch recht.
De Koning kan bepaalde bedrijfstakken uit de groep activiteiten “niet-leven” vaststellen waarop dit artikel niet van toepassing is.
§ 2. In afwijking van artikel 85 kan de verzekeringnemer, na het verstrijken van een termijn van één jaar na de aanvang van de verzekeringsovereenkomst, de in paragraaf 1 bedoelde stilzwijgend verlengbare overeenkomsten zonder kosten of boeten opzeggen.
De opzegging heeft uitwerking na het verstrijken van een termijn van twee maanden vanaf de dag na de betekening of vanaf de dag na de datum van het ontvangstbewijs, of, bij een aangetekende zending, vanaf de dag na de indiening ervan, of, bij een opzegging via een door de verzekeraar ter beschikking gestelde digitale omgeving, vanaf de dag na de elektronische handtekening.
Als gevolg hiervan zijn er sinds 01 oktober drie verschillende situaties geweest:
- Opzegging tijdens het eerste jaar:
Om het verzekeringscontract in het eerste jaar van het contract op te zeggen, moet u de verzekeraar ten minste twee maanden (en één dag) voor de jaarlijkse vervaldatum van het contract een kennisgeving sturen.
👉 2 maanden termijndatum
‾ - Opzegging nadat het contract reeds stilzwijgend werd verlengd na 01/10/2024:
In dit geval kan het contract op elk moment worden opgezegd met een kennisgeving van twee maanden (en één dag) aan de maatschappij.
👉 2 maanden op elk moment
‾ - Opzegging voor contracten afgesloten voor 01 oktober 2024 voordat ze op die datum stilzwijgend verlengd zijn:
Voor contracten afgesloten vóór 01 oktober 2024 en nog niet stilzwijgend verlengd (per 01/10/24), gelden nog de oude opzegregels. Om het contract op te zeggen, moet je de verzekeraar dus ten minste drie maanden (en één dag) voor de vervaldatum van het contract laten weten dat je je verzet tegen de stilzwijgende verlenging van het contract. (oud art. 85, § 1, Verzekeringswet 4 april 2014).
👉 3 maanden termijndatum
Voorbeelden:
| Aanvangsdatum | Opzeg verzonden op | Duurtijd | |
| Geval 1 | 06/12/24 | 05/10/25 | 2 maanden |
| Geval 2 | 07/10/22 | Op elk moment vanaf 07/10/24 | 2 maanden |
| Geval 3 | 23/03/13 | 22/12/24* | 3 maanden |
* Na 23/03/25 is geval 2 van toepassing.
NB : Voor verzekeraars geldt nog steeds de opzegregel van 3 maanden voor de vervaldatum van het contract.
